ALORS ON DANSE

2015


Text by Godart Bakkers
(only in Dutch)
August 2015

Borgloon/ Istanbul


Hoewel het oeuvre van Jorden Boulet (°1990, Hasselt) zeer jong is, is het niet zozeer deze ‘jeugdigheid’ die in het oog springt wanneer zijn werken bekeken worden, maar vooral het hedendaagse karakter van zijn werken. Een ‘hedendaagsheid’ die misschien beter omschreven kan worden als een ‘doorgedreven contemporaniteit’ enerzijds in het heden, de kunst en kunstgeschiedenis en tegelijkertijd een stap vooruit. Er wordt zo een belofte of waanbeeld gecreëerd van wat de toekomst zal brengen. Binnen de idee van ‘contemporaniteit’ is de verhouding tot het heden essentieel; minder radicaal dan de Avant-gardes, en de eeuwigheid, of het ‘onbewegelijke’ als zijn tegenpool. Contemporaniteit als het duiden van wat het nu is, om dan vanuit die duiding een stap naar voren te maken en te verwoorden wat dat nu zal worden. Hierin verschilt het van de historische avant-gardes, want hoewel deze eveneens een toekomstbeeld schetsen, ligt de nadruk vooral op de breuk met het nu. En net deze breuk ontbreekt in het werk van Jorden Boulet. Hoewel Boulet een duidelijk toekomstbeeld voorstelt, is de reflectie en de verbondenheid met de (kunst) geschiedenis een essentieel element. Boulet breekt niet met deze geschiedenis maar reflecteert en combineert deze culturele bagage met elementen uit de contemporaine cultuur. De contemporaniteit wordt hier dus niet enkel beschouwd als ‘het gelijktijdig naast elkaar bestaan van culturen en generaties’, maar eerder als een dialectische uitkomst van culturen en generaties.


La Danse (De Dans, 1909), wellicht het meest iconische werk van Matisse, vormt het centrale element in Alors on danse (2015). Voor de danseressen plaatst Boulet een strand met palmbomen en een schatkist, met op het voorplan een Keith Haring-achtige krul. Het schilderij van Boulet is een mix van elementen, stijlen en stromingen, die worden doorgevoerd en versterkt in de gelijknamige installatie. De aangehaalde referenties van Boulet verschillen qua inhoud uiteraard van de betekenissen die een iconisch werk als La Danse in zich draagt. De beelden van Boulet gaan immers enerzijds voornamelijk over de betekenis van (deze) beelden in onze samenleving en anderzijds over de ‘meta-betekenis’ die ontstaan is nadat deze banale en kunsthistorische beelden gecreëerd zijn. Boulet putte inspiratie voor Alors on danse en andere werken uit de overvloed aan beelden die circuleren op het internet. Los van context en duiding komen ze ons in één muisklik tegemoet en bepalen ze in grote mate onze cultuur. Boulet evoceert in zijn installatie een niet-reële driedimensionale realiteit, door het werk op een digitaal gecreëerd beeld te doen lijken. Zijn werken zijn als geschilderde ‘Paint- of Photoshop collages’, die, eigen aan het internet, hoge en lage cultuur en veelzeggende met nietszeggende beelden combineren. Door dit aspect te introduceren in zijn installaties, forceert de kunstenaar een speciale relatie tussen zijn werk en de toeschouwer. De kijker ervaart niet zozeer ‘de afbeelding’ waar hij naar kijkt, maar veeleer een onderdompeling in de elektronische wereld waar beelden zijn samengesteld uit pixels. Door deze alternatie, waar het beeld op het internet refereert aan de wereld buiten het internet, en Alors on danse op zijn beurt verwijst naar het internet vindt een omwenteling plaats in het kijkproces: De toeschouwer die niet bewust is van dit beeld wanneer hij het in zijn ‘digitale hoedanigheid’ ziet, zal nu beseffen dat hij naar een digitale afbeelding kijkt, of in dit beeld zit. Een bewustwording die ontbreekt wanneer hij dat beeld achter een beeldscherm ‘ervaart’.


De Sloveense filosoof en criticus Slavoj Žižek gaat in zijn boek The Plague of Fantasies uitgebreid in op de virtuele realiteit en de betekenis van deze realiteit. In het bijzonder zijn de realiteitswaarde en de consequenties van deze digitale wereld relevant in het duiden van het werk van Boulet. Žižek argumenteert dat de virtuele realiteit als in mimesis in eerste instantie haar ‘echtheid’ ontleedt aan de wereld buiten de virtuele. In een volgend stadium, merkt Žižek op, draait dit gegeven echter om en wordt de virtuele realiteit bepalend voor onze wereld. De virtuele realiteit is dus niet enkel opgebouwd uit elementen uit de dagelijkse wereld; meer nog, de dagelijkse wereld spiegelt volgens Žižek in grote mate de virtuele realiteit (sociale en digitale media spelen hier uiteraard een belangrijke rol in). Deze ‘cirkel’ van spiegelen zorgt, aldus Žižek, uiteindelijk voor een uitsluiting van het ‘reële’. De digitale wereld wordt zo een wereld die reëler is dan de wereld waar hij zich aan spiegelt. De creatie van identiteit en cultuur gebeurt op die manier niet via de reële wereld, maar via sociale media, blogs etc.: non-locaties of irreële, tweedimensionale plaatsen waar alles mogelijk is. Door deze spiegeling door te voeren en een ‘mimese’ van de virtuele realiteit te creëren, forceert Boulet niet enkel de bewustwording van het medium; eveneens manifesteert hij de betekenis van dit medium in haar sociale context. De (virtuele) realiteit en haar eigenschappen worden dus zichtbaar door deze vanuit ‘een andere dimensie’ te aanschouwen. Net zoals in de Matrix, waar de echte wereld en zijn mechanisme pas zichtbaar zijn vanuit een ‘über-realiteit’, in de sciencefictionfilm gevisualiseerd door een ruimtestation en in het geval van Boulet door een schilderij en installatie.


De werken van Boulet reflecteren op het digitale medium, maar houden niet op bij een kritische bedenking over de virtuele wereld. Zijn creaties proberen niet zozeer de mechanismes van een digitale wereld te openbaren en, zoals in de Matrix, te waarschuwen voor de ‘onwetendheid’ waarin de protagonisten van die andere wereld leven. Boulet lijkt veel meer geïnteresseerd in de mogelijkheden van deze wereld en de betekenissen ervan voor de schilderkunst. Een speelse, soms wat cynische interesse waarmee Boulet niet enkel de eigenheid van het medium (zowel het digitale medium als de schilderkunst) blootlegt, maar dieper graaft en onderzoekt hoe deze elkaar kunnen beïnvloeden. Hij ontleedt hoe beelden (over)leven in het digitale tijdperk en onderzoekt bovendien wat de mogelijkheden voor de schilderkunst zijn.


Een dialectisch spel van betekenissen naast elkaar leggen, die elkaar opheffen of versterken en zo een stap voorwaarts maken. In zijn contemporaniteit fungeren rijke tradities en banale factoren als bouwstenen voor een eigen stijl. Een stijl die haar traditie kent en in acht neemt, maar die daarnaast vooral buiten de muren van deze traditie kijkt en daar zijn inspiratie opdoet. Het resultaat is verbluffend en verrassend. Het maakt nieuwsgierig naar de toekomst van deze jonge kunstenaar. De Wanatoeprijs en de expositie in De Gasthuiskapel kunnen dan ook gezien worden als een eerste indicatie van wat we in de toekomst van Jorden Boulet mogen verwachten.